vrijdag 24 maart 2017

Boeken gaan over alles - Marita Vermeulen (De Eenhoorn)

Kinderen opvoeden, is kinderen zelfvertrouwen geven. Om te leren, te leven en te worden wie je wil zijn, heb je namelijk een flinke dosis zelfvertrouwen nodig. Het verwerven van kennis (mensenkennis, zelfkennis, feitelijke kennis…) geeft dat zelfvertrouwen een grote boost. Als uitgever van kinderboeken, ervaar ik keer op keer dat boeken daarbij een excellent hulpmiddel kunnen zijn.

Boeken vormen een veilige en toegankelijke poort naar wat er in de wereld reilt en zeilt. Wie mee leeft, kijkt en deelt met de personages, leert hoe mensen zich tot elkaar verhouden en kan aftoetsen hoe hij/zij zich tot de ander wil verhouden. Je leest hoe verschillend mensen zijn en hoe boeiend die diversiteit is. Boeken leren je het verschil tussen eigenbelang en algemeen belang, tussen misprijzen en mededogen, tussen erkenning en afwijzing. Want boeken gaan over alles en kinderen willen alles weten.

Open deur, gesloten deur
Het thema van Jeugdboekenmaand 2017 roept bij volwassenen tegenstrijdige reacties op. “Jezelf zijn? Wat een betuttelend thema!” of “Genderproblemen, echt, moeten we kinderen daarmee lastigvallen?”. Van te makkelijk tot te moeilijk, van dit hebben we al gehad tot kamperen voor een gesloten deur. Als je zulke reacties krijgt, dan weet je dat organisator Iedereen Leest goed gekozen heeft. Dit thema lokt discussie uit en jonge lezers kunnen dergelijke discussies wonderwel aan. Als we goed naar hen luisteren, worden we er ook wijzer van. Maar laten we eerst samen met onze kinderen boeken lezen. Gesprekken lopen net iets vlotter als we een gezamenlijk uitgangspunt hebben. En vooral, laten we niet ruziën over de hoofden van kinderen heen, want dat is sowieso slecht voor het zelfvertrouwen.

Wie ben ik?
Als ik mijn kleindochter van 2,5 jaar vraag wie ze is, voegt ze aan voor- en achternaam zelfbewust het woord ‘meisje’ toe. Haar naam is voor haar net zo vanzelfsprekend als de erkenning dat ze een meisje is. Dat is niet voor elk kind even vanzelfsprekend en aan wie moet je je dan spiegelen, aan wie kan je aftoetsen wie je bent?
Als volwassenen schieten we daarin soms tekort. Ongewild en onbewust ondermijnen we het zelfbewustzijn van jonge kinderen wier existentiële zoektocht buiten de veilige lijntjes valt. We hoeven niet eens woorden te gebruiken. Een misprijzend mondje of een afkeurende blik zijn ook heel doeltreffend. Precies omdat we als volwassenen niet beseffen hoeveel we van onszelf prijsgeven in lichaamstaal, is het de moeite waard om vanuit boeken een gesprek aan te knopen met kinderen. En ons zo te laten verrassen (en verbijsteren) door wat ze over zichzelf en hun omgeving weten.


Bij het prentenboek Het lammetje dat een varkentje is vertelt de titel meteen hoe zelfbewust de hoofdfiguur is. Het gaat hier niet om een lammetje dat een varkentje wil zijn, maar om een lammetje dat, met dezelfde overtuiging waarmee mijn kleindochter zich voorstelt als meisje, aangeeft dat het een varkentje is. De auteur geeft aan dat het dier geen enkel probleem heeft met zijn identiteit. Het zijn de anderen die in de war geraken. Zij gaan af op de buitenkant: ze zien een lammetje en dus is het een lammetje. Alsof binnen- en buitenkant per definitie naadloos samenvallen. De boer is een liefdevolle man, hij wil het lammetje beter maken en trekt naar de dierenarts die zonder omhaal vaststelt dat het lammetje heus een varkentje is. En als de boer na dit advies het varkentje laat zijn wie het is, blijft het vrolijk zichzelf. De boer is in dit verhaal het rolmodel; als hij het varkentje accepteert, zal iedereen op de boerderij dat na verloop van tijd ook doen. Een heel eenvoudig verhaal dat glashelder aangeeft dat je leefomgeving je niet wezenlijk kan veranderen, maar dat samenleven een stuk makkelijker en feestelijker is als we elkaar gewoon nemen zoals we zijn.

Gewoon bijzonder?
We scheppen zo graag op over hoe bijzonder en uitzonderlijk onze kinderen zijn. Maar als onze kinderen laten weten dat ze echt afwijken van de middenmoot, gaan we ons zorgen maken. Het is immers al knap lastig om als doorsnee mens stand te houden in een complexe samenleving.

In Prinses Pompelien gaat trouwen geeft de partnerkeuze van de hoofdfiguur - ze wordt verliefd op een prinses - aanleiding tot afwijzing en scheldpartijen. Hoezo, woorden doen geen pijn? Woorden hebben een verpletterende kracht, en hoe vaker ze herhaald worden, hoe meer effect ze krijgen. De scheldpartijen kunnen de prinses niet veranderen, maar ze creëren wel een kloof tussen haar en de anderen. En aan beide kanten van de kloof slaat de eenzaamheid toe.

De koning en de koningin staan voor een dilemma: hun dochter dwingen om aan hun verwachtingen te voldoen of hun dochter accepteren en koesteren zoals ze is. Ze kiezen ervoor om hun dochter en toekomstige schoondochter te omhelzen. En omdat de koning en koningin een voorbeeldfunctie hebben, krijgt hun keuze navolging: de spanning ebt weg, de focus op wat anders is, verschuift naar wat verbindt.
Moeten we kinderen lastig vallen met zo’n thema, vragen bezorgde opvoeders. Het verrassende is dat kinderen bij het lezen van dit verhaal niet zozeer aandacht hebben voor de liefde tussen de prinsessen, als wel voor de conflicten die uit de situatie voortvloeien. Auteur Brigitte Minne vertelde dat kinderen zich vooral zorgen maken over de lelijke woorden en over wat die doen met het gezin. ‘Als de ouders nu maar niet gaan scheiden!’ ‘Van lelijke woorden krijg je buikpijn!’
Het talent van kinderen om naar de essentie te gaan, is groot. Dat is iets waarmee we als volwassenen in onze verbale en non-verbale communicatie rekening moeten houden. Dus laten we kinderen hier vooral mee lastigvallen! Ze zijn ermee gebaat om te leren hoe anderen conflicten oplossen, ze zijn ermee gebaat om te leren dat mensen hun verwachtingen moeten bijstellen en hier en daar wat water bij de wijn moeten doen.
Leren leven
Hoe meer je leeft en leest, hoe meer kennis je vergaart, hoe creatiever je met problemen kunt omgaan. Bovendien krimpen problemen vaak als je uitzoekt hoe de vork echt aan de steel zit.
Kinderen willen graag dat hun familie en vrienden gelukkig zijn. Ze dragen gul oplossingen aan als ze merken dat iemand verdriet heeft. Om met goede oplossingen te komen, moet je natuurlijk het verdriet en de persoon die verdriet heeft enigszins kunnen inschatten. Bovendien kunnen kinderen, net als volwassenen, niet anders dan denken vanuit wat ze al kennen en ervaren hebben.

In Siebe wil een papa kopen wordt dit gegeven mooi en vanzelfsprekend aangekaart.
Siebes vriendin Mette heeft geen papa. Mette vertelt dat er daardoor een leegte is in haar leven en in dat van haar mama. Siebe beslist dat hij Mette een papa moet bezorgen en hij gaat geen uitdaging uit de weg om dat doel te bereiken. Hij staat wat verbouwereerd te kijken als Mettes mama niet voor een papa kiest maar voor een tweede mama. ‘Vind je het fijn?’ vraagt hij Mette. Wanneer Mette opgetogen reageert, is het voor Siebe dik oké. Geen zuinig mondje, geen misprijzen. Er was een probleem en als dat probleem is opgelost, gaat het leven vrolijk verder. 
De lezer ervaart met Siebe dat je een verwachtingspatroon kan bijstellen en dat een gezin compleet is als iedereen er zijn plek in vindt. Auteurs kunnen hun leespubliek goed inschatten. Ze weten door hun vele lezingen en gesprekken met kinderen hoe open die op verschillende situaties reageren. Hoe komt het toch dat die open blik met de jaren vernauwt?

Vooroordelen kan je aanleren
Hoe ouder kinderen worden, hoe meer ze de normen en waarden van hun opvoeders overnemen. Hun reacties op hun omgeving zullen steeds vaker gelijklopen met die van hun volwassen rolmodellen. En laten we ons niets wijsmaken, kinderen doen niet zozeer wat we hun zeggen dat ze moeten doen, kinderen doen wat wij doen. Vooroordelen kunnen net zo zorgvuldig worden ondergraven als aangeleerd.

In Gelukkige vaderdag, Silvie draagt de vader van Zita steeds vaker vrouwenkleren en hij laat zich Silvie noemen. Zita vindt het vreselijk dat haar vader anders is en de pesterijen die ze moet ondergaan, versterken haar verdriet en eenzaamheid. Als Zita’s vriend Ferre er achter komt wat Zita kwelt, wil hij haar helpen. Hij gaat niet alleen af op wat hij ziet en op wat ogenschijnlijk doorsnee en acceptabel is. Nee, hij verdiept zich in het onderwerp gender. Hij komt erachter dat de wereld veel ingewikkelder in elkaar zit dan hij dacht. Tussen zwart en wit zitten vele tinten grijs, net zoals er tussen mannelijk en vrouwelijk ook vele varianten zitten. Ferre kan met zijn kennis pestkoppen niet meteen op andere gedachten brengen, maar hij en Zita worden er wel sterker en weerbaarder van.

De Wonderfluit, een lagere school in Gent, maakte met dit boek als basis een voorstelling over man/vrouw-patronen. De kinderen speelden niet alleen, ze dachten en schreven actief mee aan de voorstelling. Tekst en spel ontroerden de toeschouwers door hun openheid en inlevingsvermogen. De kinderen blaakten van zelfvertrouwen en gingen na de voorstelling gesprekken aan over dit onderwerp. Ze bleken er zelf een behoorlijk genuanceerde mening op na te houden. Ze dachten niet dat je lesbisch werd van lezen over een lesbienne of dat je na het lezen over een transgender meteen van geslacht wou veranderen. Wat bleef plakken na het lezen van dit verhaal was: wees gewoon wie je diep vanbinnen bent, anders word je heel erg ongelukkig.

Ik was oprecht verbaasd dat de school zo open en creatief met dit onderwerp aan de slag ging. Omdat vooroordelen mij helaas niet vreemd zijn, merkte ik wat stekelig op dat zoiets toch wel makkelijk was als je school bevolkt werd door kinderen met ouders die een brede kijk op de samenleving hadden. 'Wij krijgen net als andere scholen kinderen uit de buurt. Wij stellen voorop dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn. Als de kinderen hier een tijd school lopen, merken de ouders vanzelf hoe goed ze gedijen. Hoe hun zelfvertrouwen groeit. Na een tijdje ondersteunen de ouders onze visie en aanpak,' merkte de directeur glunderend op. Directeur en leerkrachten vormen een hechte ploeg en hun woorden, maar vooral hun houding, werden weerspiegeld in die van de leerlingen en … hun ouders.

Emoties achter slot en grendel
‘Wees maar gewoon jezelf.’ We spreken dat zinnetje zo vaak nonchalant en onnadenkend uit, maar we vergeten dat je behoorlijk dapper moet zijn om jezelf aan anderen te tonen. Want wie zichzelf toont, is kwetsbaar. Auteurs en illustratoren ondervinden dat elke dag. Ze schrijven en tekenen omdat ze niet anders kunnen. Ze vertellen verhalen die verteld moeten worden. Daardoor stellen ze zich kwetsbaar op. Ze incasseren regelmatig lelijke woorden, maar ze hebben geen keuze: ze kiezen te allen tijde voor een oprechte communicatie met hun jonge lezers. Niet alleen schrijven en tekenen ze verhalen die over alles gaan, ze knopen tijdens hun lezingen ook gesprekken aan met hun lezers en delen hun kennis en ervaring. Brigitte Minne zei na een slopende reeks lezingen: ‘Jonge mensen zijn zo interessant. Ze zien, weten en begrijpen zoveel. Hun empathie is even verbazingwekkend als hun veerkracht. En daar put ik de kracht uit om hen telkens het beste van mezelf te geven.’

Het beste van onszelf. We springen er soms ietwat zuinig mee om als een onderwerp ons ongemakkelijk maakt. Dan gaan we nukkig kamperen voor een deur die we zelf op slot houden, want wat daarachter ligt, is kwetsbaar en met twijfels bezaaid. Wie graag en vaak met kinderen over boeken praat, merkt dat kinderen liefdevolle leermeesters en tolerante mensen zijn. Ze wrikken met plezier de deuren open die wij zorgvuldig op slot houden, en ze zijn verdraaid goed in staat om een situatie of emotie in te schatten. Bovendien reiken boeken hen de woordenschat en inhoud aan om een zinvolle discussie te voeren. Echt waar, kinderen zijn geweldig goede en leergierige lezers en dus blijven wij – auteur, illustrator en uitgever – met plezier boeken maken die over alles gaan.

Marita Vermeulen was recensent jeugdliteratuur tot ze in 2005 als uitgever aan de slag mocht bij uitgeverij De Eenhoorn. In datzelfde jaar verscheen haar boek 'Buiten de lijntjes gekleurd' over de diversiteit, authenticiteit en kwaliteit die het werk van Vlaamse illustratoren kenmerkt. Zij geeft les over illustratie aan de Kask in Gent.

Het lammetje dat een varkentje is / Pim Lammers, illustraties Milja Praagman, De Eenhoorn, 2017 (vanaf 3 jaar)
Prinses Pompelien gaat trouwen / Brigitte Minne, illustraties Trui Chielens, De Eenhoorn, 2017 (vanaf 5 jaar)
Siebe wil een papa kopen / Moniek Vermeulen, illustraties Leen Van Durme, De Eenhoorn, 2011 (vanaf 6 jaar)
Gelukkige vaderdag, Silvie / Brigitte Minne, illustraties Isabelle Geeraerts, De Eenhoorn, 2017 (Vanaf 8 jaar)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen